Nuance schrijver: tekstschrijver

De nuance tussen schrijver en tekstschrijver

Vroeger werd mij vaak verteld: “Jij wordt vast schrijver.” Vandaag de dag schrijf ik inderdaad honderden tot duizenden woorden per dag. Tekst, net zoals dat de pagina’s in een roman ook uit tekst bestaan. Voel ik mij een schrijver? Niet zozeer. Ben ik een tekstschrijver? Absoluut. Wat mij betreft een interessante nuance om uit te lichten. Daarbij kan ik jullie mening overigens goed gebruiken!


De klassieke schrijver

Als ik aan een schrijver denk, zie ik direct dat dromerige type voor me. Achter een typemachine (tegenwoordig laptop), naast zich een oneindige stapel papieren. Hersenspinsels. Passages. Dialogen. Veel rood, veel gekras maar bovenal heel veel prachtige woorden die de schrijver als geen ander aan elkaar weet te rijmen. Na een jaar hard werken en een heleboel getouwtrek met uitgevers, verschijnt het boek in de schappen. Om vervolgens de harten van duizenden lezers te vervullen met wondermooie verhalen.


De hedendaagse tekstschrijver

Zoals jullie weten, bestempel ik mezelf als freelance tekstschrijver in Groningen. En deels marketeer, vanwege mijn studie-achtergrond. Maar mijn tekstuele activiteiten zijn van hele andere aard. Bij mij gaat het proces echter heel anders in z’n werk. Achter mijn laptop maak ik binnen een paar uur een tekst. Compleet met begin, midden en eind. Altijd voor een specifieke doelgroep, al dan niet met SEO. Een korte tekst moet een stuk concreter (en vaak commerciëler) zijn dan een lange, literaire tekst. Daarnaast heb ik echt geen tijd om urenlang te mijmeren over personages. Vervul ik duizenden lezers met mijn woorden? Misschien, indirect. Maar zij zullen meestal niet weten dat ik erachter zat.


De nuance tussen schrijven en tekstschrijven

Bovenstaande teksten zijn twee omschrijvingen van het beroep ‘schrijver’ versus ‘tekstschrijver’. Ik weet niet of het klopt, spreek alleen vanuit mijn eigen waarheid. Toch denk ik dat we vanuit deze definities al een aantal interessante verschillen kunnen definiëren.

Andere vorm van kunst

Een schrijver maakt wat mij betreft scheppende kunst. Elke bladzijde maakt onderdeel uit van de kunstzinnige wereld die de schrijver voor jou heeft geschetst. Hoewel ik mezelf niet wil afvallen, vind ik dat een tekstschrijver géén kunst maakt. Hij of zij maakt eerder een product. En ja, het is een kunst om de juiste woorden en tone-of-voice voor een websitetekst of een blog te vinden. Maar dat maakt tekstschrijven eerder een vaardigheid, meer dan een kunstwerk.

Impliciet versus expliciet

Schrijvers maken veel gebruik van impliciete uitingen. Je kunt als het ware ook dingen lezen die er niet letterlijk geschreven staan. Er is ruimte voor interpretatie, fantasie, voorstellingsvermogen. De schrijver kan je (al dan niet bewust) op het verkeerde been zetten. Dat is bij tekstschrijven uit den boze! Je wilt niet dat er op een website twijfel bestaat over de aard van jouw product. Of dat een potentiële klant ‘verdwaalt’ in een gebruiksaanwijzing. Een tekstschrijver moet in die zin veel concreter kunnen schrijven.

De mate van fantasie

Wat ik behoorlijk mis in mijn werk als tekstschrijver, is het gebruik van fantasie. Soms kan ik die heus wel gebruiken. Bijvoorbeeld als ik 1500 woorden moet schrijven over ‘Leuke dingen om met je opa en oma te doen’. Heus, het is creatief. Ik moet zelf alle kopjes en inhoud verzinnen en zorgen dat het relevant is voor de doelgroep. Maar gebruik ik mijn fantasie? Niet echt. Ik denk terug aan herinneringen die ik zelf heb met opa en oma, en kijk op websites voor dagjes weg. Een schrijver daarentegen, kan zichzelf helemaal verliezen in een fictieve wereld. Dat lijkt mij ook heerlijk.


Nu ben ik wel benieuwd, wat denk jij? Zijn schrijvers en tekstschrijvers in feite hetzelfde? Of zit er een nuance? 

Menu